Geen lagere toeristenbelasting voor boerderijen in Weesp
Boerderijen in Weesp met een gastenverblijf krijgen voorlopig geen uitzondering op de hogere Amsterdamse toeristenbelasting. Het stadsbestuur zag eerder nog ruimte om naar een lager tarief te kijken, maar ziet daar nu van af. Een aparte regeling zou juridische risico's opleveren, schrijft het college.
Dat staat in een reactie op een voorstel van het CDA. Die partij wil de toeristenbelasting verlagen voor kleinschalige verblijven buiten de bebouwde kom van Weesp, zoals overnachtingen op boerenbedrijven.
Bang voor een kettingreactie
Volgens het college brengt een apart tarief voor één gebied extra werk in de uitvoering met zich mee en botst het mogelijk met het gelijkheidsbeginsel. Daarnaast vreest het stadsbestuur dat aanbieders in andere delen van Amsterdam dan ook een lager tarief gaan eisen. Zij zouden kunnen zeggen dat er bij hen in de buurt ook nauwelijks sprake is van drukte door toerisme.
CDA-fractievoorzitter Rogier Havelaar is teleurgesteld. Hij vindt dat verschillende tarieven juridisch wel degelijk kunnen, zolang er een objectieve grond voor is. Een duidelijk vastgelegde gebiedsgrens was volgens hem in het verleden een prima basis.
Hoe het begon
De discussie begon in september. Een melkveehouder uit Weesp die ook een gastenverblijf runt, maakte toen bezwaar tegen de stijging van de toeristenbelasting. Wethouder Melanie van der Horst van Economische Zaken zei daarop dat ze opnieuw wilde bekijken of een uitzondering voor boerderijen mogelijk was. Die toezegging levert nu dus geen lager tarief op.
De belasting gaat de komende jaren flink omhoog: van 12,5 procent nu naar 16 procent volgend jaar en 20 procent in 2031. Niet alleen in Weesp is daar verzet tegen. Ook in Amsterdam-Zuidoost vroegen stadsdeelpolitici eerder om een uitzondering.
Voor kleine aanbieders aan de rand van de stad, die weinig te maken hebben met de drukte in het centrum, blijft de hogere belasting zo voorlopig gewoon gelden. Het voorstel van het CDA komt later deze maand naar verwachting nog in de gemeenteraad aan bod. Dan wordt duidelijk of de raad het met het college eens is.